Hoe maken we Nederland toekomstbestendig zonder mensen onderweg kwijt te raken? Als nieuw lid van Denktank Nederland 2040 hecht Laura van Geest, bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en voormalig directeur van het Centraal Planbureau (CPB), veel waarde aan een hoopvol toekomstbeeld. Tegelijkertijd plaatst ze een belangrijke kanttekening. Een toekomstbeeld is pas geloofwaardig als het ook laat zien welke keuzes daarbij horen. Want iedere keuze heeft gevolgen.
Onlangs schoof je voor het eerst aan bij Denktank Nederland 2040. Wat viel je op?
‘Wat me opviel, was dat iedereen vanuit een andere achtergrond naar dezelfde vraagstukken kijkt. Juist die verschillende perspectieven maken de gesprekken interessant. Tegelijkertijd deelt iedereen de overtuiging dat we verder moeten kijken dan de waan van de dag.’
Je schreef een opiniestuk in het FD over goed voorouderschap. Wat betekent dat begrip voor jou?
‘Voor mij gaat goed voorouderschap vooral over verstandig beleid. Veel ontwikkelingen, zoals vergrijzing, klimaatverandering en de energietransitie, zien we al jaren aankomen. Als je daar op tijd over nadenkt, heb je veel meer beleidsruimte dan wanneer je pas ingrijpt als de wal het schip keert. Dat is uiteindelijk beter voor volgende generaties, maar óók voor de mensen die nu leven.’
In ons boek ‘Nederland 2040: een toekomstbeeld’ wordt het belang van keuzes voor de lange termijn maken genoemd. Ben je het daarmee eens?
‘Ja. Het boek schetst een inspirerend toekomstbeeld en tegelijkertijd is het nodig dat we de concrete keuzes die daarvoor nodig zijn nog duidelijker gaan maken. Als econoom denk ik voortdurend in afruilen. Als je ergens voor kiest, betekent dat meestal dat iets anders minder kan. Dat hoort ook bij een toekomstvisie. Juist door die keuzes expliciet te maken, wordt zo’n toekomstbeeld geloofwaardiger. ‘Het leven is kiezen. Ook als het over onze toekomst gaat. En dat gaat soms pijn doen.’
.
.
Waar zit die pijn volgens jou?
‘Vooral in de overgang. Grote veranderingen leveren uiteindelijk vaak veel op, maar niet iedereen profiteert op hetzelfde moment of op dezelfde manier. Er zijn altijd mensen die zich moeten aanpassen, iets kwijtraken of onzeker worden over hun toekomst. Daar moet je eerlijk over zijn. Als je doet alsof iedereen alleen maar wint, verlies je het vertrouwen van mensen. Juist daarom moet je niet alleen uitleggen waarom een verandering nodig is, maar ook laten zien hoe je mensen helpt om die stap te zetten.’
De Grote Vereenvoudiging is een van de belangrijkste veranderingen die Nederland 2040 voorstelt: het idee om regels, toeslagen en uitzonderingen fors terug te brengen. Onlangs schreef je dat ‘vereenvoudigen niet per definitie beter is’. Waarom?
‘Ik ben zeker vóór vereenvoudiging. Maar ik waarschuw ervoor te denken dat het gratis is. Eenvoud betekent vaak dat je minder uitzonderingen maakt. En achter iedere uitzondering zit een echte situatie. Iemand die chronisch ziek is, kinderen heeft of tijdelijk niet kan werken. Zodra je maatwerk wilt leveren, wordt een systeem ingewikkelder. Vereenvoudigen is dus altijd een afweging tussen eenvoud, rechtvaardigheid en betaalbaarheid.’
In Nederland 2040 is normeren en beprijzen een belangrijke pijler om te werken aan een groener, menselijker en krachtiger Nederland. Dat betekent soms ook dat vervuilend gedrag duurder wordt. Is dat een ander voorbeeld van de pijn waar je het over hebt?
‘Ja, dat is een goed voorbeeld. Neem vliegen. We weten dat de maatschappelijke kosten van vliegen hoger zijn dan de prijs die reizigers nu betalen. Als je die kosten eerlijker wilt meenemen, zullen vliegtickets waarschijnlijk duurder worden. Dat is voor veel mensen geen prettige boodschap. Of dat vervuilende bedrijven meer moeten betalen. Een alternatief voor beprijzen is gebieden, verbieden of een quotum. Voor mensen met een kleinere portemonnee kan beprijzen veel harder aankomen dan voor mensen die zonder moeite meerdere keren per jaar vliegen. Juist daarom moet je eerlijk zijn over de afwegingen die je maakt en oog houden voor de verdeling van de lasten.’
.
.
Nederland 2040 zet in op brede welvaart, om niemand onderweg kwijt te raken. Hoe houden we brede welvaart betaalbaar in een tijd waarin ook de kosten voor bijvoorbeeld defensie oplopen?
‘Uiteindelijk begint dat met de vraag wat je als samenleving belangrijk vindt. Waar wil je gezamenlijk belastinggeld aan uitgeven? Daarna volgt de vraag hoe je dat zo verstandig mogelijk organiseert. Als econoom vind ik dat je maatschappelijke kosten zo veel mogelijk moet meewegen. Maar je moet ook oog houden voor de gevolgen van beleid. Als je alleen via prijsprikkels stuurt, bestaat het risico dat vooral mensen met een kleinere portemonnee zich moeten aanpassen. Ook daarin moet je steeds de juiste afweging maken. Voor die brede welvaart zijn we overigens steeds afhankelijker van geopolitieke ontwikkelingen en Europa. Ook die bepalen in groeiende mate of beleid effectief is. Daar zou ik met de denktank ook naar willen kijken.’
Nederland 2040 noemt ook het belang van een hogere arbeidsproductiviteit. Zelf trad je in juli dit jaar toe tot de nieuwe Productiviteitsraad. Welke rol zie jij voor AI op onze toekomstige arbeidsmarkt?
‘AI kan zeker een belangrijke bijdrage leveren aan een hogere arbeidsproductiviteit. Tegelijkertijd weten we nog niet hoe groot die impact precies zal zijn. Er is in de geschiedenis steeds nieuw werk ontstaan als technologie banen veranderde of overnam. Maar dat betekent niet dat de overgang vanzelf gaat. Een administratief medewerker of jurist die door AI minder werk heeft, vindt niet morgen automatisch ander leuk werk. Juist die overgang vraagt aandacht.’
Wat is er nodig om die overgang goed te laten verlopen?
‘We moeten ons realiseren dat zo’n verandering mensen raakt. Ik ben ooit economie gaan studeren omdat ik zag wat langdurige werkloosheid met mensen doet. Werk gaat niet alleen over inkomen, maar ook over eigenwaarde en meedoen in de samenleving. Daarom moeten we niet alleen investeren in technologie, maar ook in mensen. Hoe help je iemand zich om te scholen? Hoe geef je mensen perspectief? Als je dat niet goed doet, ontstaan er littekens die nog lang zichtbaar blijven.’
Vrijwel iedere politicus zegt dat langetermijndenken belangrijk is. Waarom blijkt keuzes maken voor de lange termijn in de praktijk dan toch zo moeilijk?
‘Politici functioneren niet in een vacuüm. Ze hebben te maken met media, sociale media, verkiezingen en kiezers die voortdurend in beweging zijn. Daardoor ontstaat vanzelf veel aandacht voor de korte termijn. Dat maakt het ingewikkeld om een consistente koers vast te houden. Tegelijk laat Nederland ook zien dat het wél kan. Kijk bijvoorbeeld naar de Deltawerken of de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd. Dat zijn keuzes waarvoor uiteindelijk breed draagvlak is ontstaan.’
.
.
Hoe krijg je mensen mee in veranderingen waarvan de opbrengst pas veel later zichtbaar wordt?
‘Door niet alleen gelijk te willen hebben, maar ook gelijk te krijgen. Dat betekent dat je moet aansluiten bij wat mensen bezighoudt. Achter een bureau denken we vaak te weten wat het probleem is, terwijl mensen in de praktijk ook nog met heel andere vragen zitten. Zo bleek bij een onderzoek naar woningen die van het gas af gingen dat bewoners zich bijvoorbeeld afvroegen of hun grote pannen nog wel op een inductiekookplaat pasten. Dat had niemand achter een bureau bedacht. Als je begrijpt waar mensen écht mee zitten, maak je veel meer kans om mensen mee te nemen in de noodzaak van veranderingen.’
Stel dat we elkaar in 2040 opnieuw spreken, hoe ziet Nederland er dan uit?
Ik hoop dat Nederland een land is gebleven waar mensen prettig met elkaar samenleven. “Gezellig” klinkt misschien wat huiselijk, maar ik bedoel sociale samenhang. Dat we de energietransitie hebben doorgemaakt, dat mensen werk hebben en dat we economisch sterk zijn gebleven. Maar vooral hoop ik dat we het vertrouwen in elkaar hebben weten vast te houden. Uiteindelijk is dat misschien wel het belangrijkste kapitaal van een samenleving.’
Meer lezen over een krachtiger, groener en menselijker Nederland? Lees hier ons boek ‘Nederland 2040: een toekomstbeeld’.
Tekst: Suzanne Leijtens