Nieuwsbericht • maandag, juni 1 2026

‘Onze toekomst is geen pop-up tentje. We bouwen een kathedraal’

Nederland is volgens Jeroen van Gool nog altijd ‘een van de best georganiseerde landen ter wereld’. Maar tegelijk ziet hij hoe gemeenten, inwoners en ambtenaren steeds verder vastlopen in regels, procedures en wantrouwen. Als directeur van A&O fonds Gemeenten en partner van Nederland 2040 pleit hij daarom voor meer vertrouwen, meer ruimte voor professionals en minder systeemdruk. ‘We zijn elkaar wat over de kling aan het jagen in de samenleving.’

Jeroen van Gool

Waarom is A&O fonds Gemeenten partner geworden van Nederland 2040?

‘Wij houden ons dagelijks bezig met de vraag hoe gemeenten wendbaar en vitaal blijven. Binnen nu en tien jaar gaat een derde van de gemeenteambtenaren met pensioen, terwijl maatschappelijke vraagstukken steeds complexer worden. Vanuit A&O fonds Gemeenten kijken we daarom continu vooruit: hoe ontwikkelt de arbeidsmarkt zich, welke kennis hebben gemeenten straks nodig en hoe houd je de overheid toekomstbestendig? Dat zijn precies de thema’s waar Nederland 2040 aan werkt. Het gaat daar over arbeidsmarkt, leiderschap, bestuurlijke verhoudingen en het organiserend vermogen van Nederland. Wij beschikken over veel data en kennis over gemeenten en willen die graag inzetten om mee te bouwen aan oplossingen voor de lange termijn.’

Wat is jouw persoonlijke motivatie?

‘Ik voel een grote maatschappelijke betrokkenheid. Nederland is een enorm goed georganiseerd land, maar tegelijkertijd zijn we hier en daar wat overgeorganiseerd geraakt. We zijn steeds meer gaan sturen op controle, verantwoording en risicomijding, waardoor we de oorspronkelijke bedoeling soms uit het oog verliezen.’

Wat is er nodig?

‘Het plan voor een Grote Vereenvoudiging van Nederland 2040 spreekt mij erg aan. We hebben zo’n meerjarig programma nodig om regel- en verantwoordingsdruk terug te dringen. En om weer ruimte te creëren voor burgers, professionals en maatschappelijke organisaties. Niet omdat regels onbelangrijk zijn, maar omdat regels ondersteunend moeten zijn aan wat we willen bereiken, niet andersom. We zijn elkaar wat over de kling aan het jagen in de samenleving. Er is behoefte aan meer rust, meer vertrouwen en meer ademruimte.’

Wat bedoel je met ‘ademruimte’?

‘Gemeenten zitten in een enorme spagaat tussen wat de staat vraagt, wat de raad vraagt en wat de straat vraagt. Iedereen wil iets van gemeenten, terwijl tegelijkertijd de regels, verantwoordingsdruk en verwachtingen blijven toenemen. Daardoor zijn ambtenaren en bestuurders steeds meer bezig met afvinken: hebben we alle procedures gevolgd, alle indicatoren ingevuld, alle risico’s afgedekt? Terwijl het eigenlijk zou moeten gaan over de vraag: wat heeft die inwoner nu echt nodig?’

Waar zie je dat gebeuren?

‘Dat zie je bijvoorbeeld bij woningbouw. Gemeenten maken tegenwoordig veel meer woningbouwplannen dan ze uiteindelijk kunnen realiseren, omdat ze weten dat een deel onderweg vastloopt in procedures en bezwaartrajecten. Als je uiteindelijk honderd woningen wilt bouwen, moet je soms plannen klaar hebben liggen voor honderdvijftig woningen. Dat vraagt enorm veel capaciteit, terwijl die capaciteit er nauwelijks is. En ondertussen zien inwoners vooral dat de bouw van nieuwe woningen maar traag vordert. Dat voedt weer wantrouwen richting overheid en politiek. Zo versterken regels en wantrouwen elkaar voortdurend. We zijn ons steeds meer door de waan van de dag gaan laten leiden. Terwijl: onze toekomst is geen pop-up tentje dat binnen twee seconden staat. We zijn een kathedraal aan het bouwen. Dat vraagt rust, vertrouwen en de ruimte om vanuit een doordachte langetermijnvisie aan de toekomst te werken.’

Waar zie jij concreet kansen voor een Grote Vereenvoudiging?

‘Bijvoorbeeld in de manier waarop we transparantie hebben georganiseerd. De Wet open overheid (Woo) is vanuit een heel nobel streven ontstaan: een open en transparante overheid. Maar je ziet ook dat gemeenten soms volledig vastlopen in enorme aantallen Woo-verzoeken om informatie openbaar te maken. Dan zijn gemeenteambtenaren bijna fulltime bezig met procedures afhandelen in plaats van publieke waarde toevoegen.

Hetzelfde zie je bij sommige sociale regelingen. Neem de kostendelersnorm. Twee mensen met een uitkering die samenwonen worden gekort, omdat ze kosten delen. Maar in de praktijk zorgt dat er soms voor dat mensen in de schulden raken of dat ze juist weer apart gaan wonen. Dan volg je misschien wel de letter van de wet, maar niet meer de bedoeling ervan. Daarom geloof ik zo in professionele ruimte en discretionaire bevoegdheid. Dat ambtenaren weer kunnen kijken: wat is hier verstandig? Wat helpt deze inwoner echt? Dat vraagt om onderling vertrouwen.’

Welke rol kan Nederland 2040 hierin spelen?

‘Nederland 2040 brengt precies de juiste partijen bij elkaar. Iedereen legt een stukje van de puzzel. De één vanuit onderwijs, de ander vanuit arbeidsmarkt, bestuur of economie. Maar allemaal vanuit hetzelfde besef: we moeten weer keuzes durven maken voor de lange termijn. En het moet niet alleen bij denken blijven. We moeten die ideeën ook vertalen naar concrete stappen. Richting politiek, richting bestuurders, richting de samenleving. Uiteindelijk moet je ook echt aan die kathedraal gaan bouwen.’

Bij het A&O fonds houden jullie je onder andere bezig met de arbeidsmarkt van de toekomst, het thema waar de denktank Nederland 2040 momenteel een verdiepingsslag op maakt. Welke ontwikkelingen zie jij?

‘Het werk verandert enorm door digitalisering en AI. Sommige functies verdwijnen deels, andere veranderen volledig. Dat betekent dat gemeenten en andere organisaties veel meer moeten investeren in omscholing, vaardigheden en een leven lang ontwikkelen. Daarnaast moeten gemeenten veel slimmer samenwerken. Bijvoorbeeld door expertise te delen tussen gemeenten of gezamenlijke wervingscampagnes op te zetten.’

Wat hoop je dat er in 2040 bereikt is?

‘Dat we de wensbeelden van nu hebben weten te vertalen naar concrete stappen. Niet perfect, maar lerend. Wendbaar en vitaal. Dat we weer meer vanuit vertrouwen zijn gaan organiseren. Nederland is een vindingrijk land. Dat begon ooit al met het bouwen van terpen en dijken: samen problemen oplossen omdat je wist dat je elkaar nodig had. Volgens mij moeten we weer terug naar die samenredzaamheid. Dat is nodig. De overheid kan niet alles oplossen. Mensen hebben zelf ook iets te doen. Maar als je meer ruimte geeft met slimmere regelgeving, ontstaat er ook weer initiatief, creativiteit en verantwoordelijkheid. Dan kunnen mensen weer echt het verschil maken.’

Tekst: Suzanne Leijtens

Meer over partnerschap bij Nederland 2040 vind je op onze partnerpagina.